De gelaagdheid van Ari Shavit

Naud van der Ven

vrijdag 20 juni 2014

De socioloog en theoloog Gied ten Berge, voorzitter van SIVMO, het Steuncomité voor Israëlische Vredes- en Mensenrechtenorganisaties, schreef in het zomernummer van Nieuwe Liefde een recensie van het boek Mijn beloofde land van Ari Shavit. De titel van zijn recensie is mooi gekozen: ‘Leven op zeven breuklijnen’, wat slaat op de zeven rebellieën die Shavit in Israël signaleert, en wat zo ongeveer klinkt als ‘dansen op een vulkaan’.

Maar verder heeft Ten Berge veel gemist in het boek van Shavit, het boek kent immers veel meer lagen dan de recensie doet uitkomen. Daarmee doel ik onder andere op de laag van de voorgeschiedenis van het zionisme, en op de vele aspecten van Shavits visie op de Israëlische vredesbeweging.

Voor een adequaat begrip van Israël en het zionisme is bekendheid met de voorgeschiedenis een absoluut vereiste. Een ver, beladen verleden moet erbij betrokken worden, vooral van eeuwenlang Christelijk en seculier antisemitisme in Europa.

In haar Crescas-column van vorige week maakt journalist Eva van Sonderen duidelijk hoe diep dat soort collectieve negatieve ervaringen zich in mensen vastzet:

Ik heb verschillende workshops ‘Familieopstellingen’ meegemaakt en vaak kwam de sjoa dan tevoorschijn als gigantische blokkade, juist bij jonge mensen, derde generatie-ná, waarvan je dat op het eerste gezicht niet zou denken. En soms, bij Mizrachi of Sefardi-deelnemers, kwamen ook de verhalen los over de pogroms tegen Joden in Noord-Afrika of Azië.

Shavit kent een belangrijke rol toe aan dat soort blokkades, en laat duidelijk zien hoezeer die ook al ver vóór de sjoa van invloed waren. Met name de Asjkenaziem (Oost-Europese Joden) zaten er al aan het eind van de negentiende eeuw geheel doorheen. Zij hadden niets meer te verliezen, het zionisme was hun laatste strohalm en Shavit doet dat goed uitkomen in zijn verhalen over de pioniers.

Het is opmerkelijk dat Ten Berge met geen woord rept over deze voorgeschiedenis, die voor het totaalplaatje van Shavit van wezenlijk belang is. Net zo goed als voor Shavit de voorgeschiedenis van de verdreven Palestijnen van groot belang is: zij woonden daar gewoon, al generaties lang. Hetgeen Ten Berge wél mede benadrukt.

Dan is er de rol van de Israëlische vredesbeweging. Shavit doet veel moeite om duidelijk te maken dat ‘het goede doen’ en ‘vrede’ niet zomaar vanzelfsprekend in elkaars verlengde liggen. En al helemaal niet in het brute Midden-Oosten.

Een gemiddelde vredesbeweging kan die illusie wel koesteren, en dat deed de Israëlische vredesbeweging ook. Shavit vertelt dat hij als student en jonge journalist daar aanvankelijk in mee is gegaan. Hij was activistisch links en protesteerde tegen de bezetting, vanuit het geloof dat met opheffing van de bezetting vrede binnen bereik zou komen:

Pas toen ik dertig werd en serieus begon te luisteren naar wat de Palestijnen eigenlijk te zeggen hadden, realiseerde ik me dat dit vooruitzicht op vrede ongegrond was. Over die bezetting had links absoluut gelijk: dat is een morele, demografische en politieke ramp. Maar ten aanzien van de vrede zat links er volstrekt naast. Men rekende op een vredespartner die niet echt bestond. Men ging ervan uit dat vrede haalbaar moest zijn omdat ze nodig was. Maar de geschiedenis van het conflict en de geo-strategische situatie van de regio impliceerden dat vrede niet haalbaar was.
Toch bleef men, ook uit een soort zelfbescherming, aan die illusie van vrede vasthouden.

De morele worsteling die bij een man als Shavit gepaard gaat met dit soort analyses is in zijn teksten voelbaar. Daar had Ten Berge wat mij betreft wel een paar woorden aan kunnen wijden.

In plaats daarvan oordeelt hij dat het bij Shavit ontbreekt aan een profetische visie. Zou er misschien iets profetisch kunnen zitten in de zichzelf niet sparende eerlijkheid en openheid waarmee Shavit de situatie onder ogen durft te zien?

7 + 2 = ?
Naud van der Ven heeft natuurlijk gelijk, want wat missen we niet allemaal bij elkaar, als we een paar letters van elkaar lezen? Ik heb in mijn boek ‘’Land van mensen” in ieder geval een uitgebreidere poging gedaan om zelf de geschillen en verschillen onder joden, christenen en moslims en juist ook ieders ‘religiogene’ gelaagdheden met betrekking tot het Land te analyseren en daarbij een universeel ethisch perspectief, gegrond op Das Prinzip Hoffnung, overeind te houden. Hoe eerlijk ook ik het boek van Shavit vind, het liet me ongelukkig achter. Het raakte me zeker, maar het inspireerde me niet, het daagde me niet uit. Hij noemt niet één inspirerend voorbeeld van mensen die vandaag volhardend werkzaam blijven in Israëlische vredes- en mensenrechtenorganisaties. Daarom is mijn conclusie dat ik een ‘profetisch’ perspectief mis, voor mij niet zomaar een vrome, idealistische opmerking. Bij een recente lezing voor Kerk en Israël in Westmalle heb ik de ‘profetische’ zionismekritiek van Heschel, Leibowitz, Buber, Arendt en Magnes (ik miste hen in Shavits boek) betrokken op het actuele 'profetische' spreken en handelen van Israëlische vredes- en mensenrechtenorganisaties: http://cms.kairospalestina.nl/UserFiles/Files/Profetische%20stemmen%20en%20het%20Land.pdf
Uiteraard wil ik niemand zijn hoop ontnemen. Maar het feit dat iemand het aandurft om het huidige Midden-Oosten illusieloos te bespreken zonder direct wanhopig te worden getuigt wat mij betreft van meer hoop en geloof dan ik elders aantref.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.